Locaties

Waterstanden, neerslag - Regenmeter


Toelichting bij het onderdeel Waterstanden, neerslag 

Opmerking vooraf!
Let op: De meetgegevens zijn automatisch ingewonnen en zijn nog niet gecontroleerd. Er kunnen afwijkingen en vreemde uitschieters in zitten door allerlei uiteenlopende oorzaken. Het presenteren van gecontroleerde gegevens is nu helaas nog niet mogelijk, maar zal op termijn wel mogelijk worden. Uit de gepresenteerde gegevens mogen nu dus nog geen conclusies worden getrokken. 

Het meten van waterstanden

Gemalen, stuwen en sluizen Waterstanden worden gemeten bij peilregelende kunstwerken, zoals gemalen, sluizen en stuwen, aan zowel de hoogwaterzijde als de laagwaterzijde van het kunstwerk. De waterstanden worden automatisch gemeten met vlotters of drukopnemers. De vlotters drijven in een buis. Via een kabel waaraan de vlotter is bevestigd wordt de hoogte van de vlotter omgezet in een elektrisch signaal dat omgerekend wordt naar de opgetreden waterstand. Bij een drukopnemer, die permanent onder het waterniveau hangt wordt de druk van de waterkolom boven de opnemer gemeten. Deze druk wordt ook omgezet in een elektrisch signaal en ook omgerekend naar de opgetreden waterstand. De waterstanden worden eens per uur geregistreerd in een computer die bij het kunstwerk is geïnstalleerd. Deze computer stuurt in veel gevallen ook het gemaal of de stuw aan. Minimaal een keer per dag worden deze computers vanuit het hoofdkantoor in Veendam opgebeld, waarna de geregistreerde gegevens naar de hoofdcomputer in Veendam worden overgeseind. De waterstanden worden uitgedrukt in meters ten opzichte van N.A.P.

Streefpeilen

Naast de werkelijk opgemeten waterstanden worden ook de streefpeilen weergegeven. Het streefpeil is de waterstand die op dat moment bij het gemaal of de stuw is gewenst. Het streefpeil varieert gedurende het seizoen afhankelijk van de behoefte en de vraag naar water. Over het algemeen varieert het streefpeil tussen het zomerpeil (maximum) en het winterpeil (minimum). In de wintermaanden is de hoeveelheid neerslag groter dan de verdamping, waardoor de grondwaterstand stijgt. Ter voorkoming van te hoge grondwaterstanden, waardoor wateroverlast kan ontstaan, worden in de winter de waterstanden in sloten en kanalen op het lage winterpeil ingesteld. Hierdoor vindt er een stroming plaats van het grondwater naar de sloten, zodat het teveel aan water kan worden afgevoerd.In de zomermaanden is de verdamping groter dan de neerslag. In die periode worden de waterstanden in de sloten op het hoge zomerpeil ingesteld, zodat er water vanuit de sloten kan infiltreren naar het grondwater. Hiermee wordt voorkomen dat de grondwaterstand te ver daalt, waardoor verdroging van planten en schade aan funderingen van woningen kan ontstaan. In droge perioden dient er dus water aangevoerd te worden om de streefpeilen in de sloten te kunnen handhaven.

Relatie tussen grondwaterstand, oppervlaktewaterstand en neerslag

Het verloop van de grondwaterstand is dus heel belangrijk voor de bepaling van de gewenste hoogte van de oppervlakte waterstand. Daarom wordt op veel plaatsen binnen het waterschapsgebied regelmatig de hoogte van de grondwaterstand gemeten in peilbuizen. In het stedelijk gebied en voor de landbouw ligt de ideale grondwaterstand, afhankelijk van de grondsoort, tussen ca. 0,80 en 1,20 meter beneden het maaiveld. Op 15 locaties verspreid over het beheersgebied wordt de grondwaterstand automatisch gemeten en dagelijks via telefoonlijnen naar het waterschapskantoor geseind. Een aantal van deze metingen wordt hier gepresenteerd. Ook de gevallen neerslag wordt op 11 locaties automatisch gemeten en op dezelfde manier als de waterstanden en grondwaterstanden dagelijks naar het waterschapskantoor geseind. Door het verloop van de oppervlakte waterstand, de grondwaterstand en de gevallen neerslag in één grafiek weer te geven wordt inzicht gegeven in de onderlinge relatie. Deze relatie wordt sterk bepaald door de grondsoort en kan dus sterk verschillen. Voor de spuisluizen in Delfzijl en Nieuwe Statenzijl worden zowel de waterstand aan de zeezijde (buitenwaterstand) als aan de kanaalzijde (binnenwaterstand) weergegeven. Spuien is alleen mogelijk als de buitenwaterstand lager is dan de binnenwaterstand. Zolang de buitenwaterstand hoger is dan de binnenwaterstand dient het water dus vastgehouden te worden in de boezem.

Welke gegevens kunt u op de tabbladen vinden?

Op de tabbladen kunt u de volgende informatie vinden:

Op het tabblad ’Algemeen’ wordt een foto getoond van het ’kunstwerk’.

Op het tabblad ‘Technische informatie’ wordt in grafiekvorm de waterstanden en neerslag getoond van de afgelopen 7 dagen. De volgende gegevens worden getoond:

- Oppervlaktewaterstand (in meters N.A.P.)

- Grondwaterstand (in meters N.A.P.)

- Streefpeil (in meters N.A.P.)

- Maaiveldhoogte (in meters N.A.P.)

- Neerslag (in millimeters) 

Waar moet ik zijn voor meer vragen?

Wanneer u meer vragen heeft kunt u contact opnemen met het waterschap Hunze en Aa’s, telefoonnummer (0598) 693 800. Daarnaast kunt u ons ook per e-mail bereiken op waterschap@hunzeenaas.nl